Workplace Pride

Benchmark, lidmaatschap, netwerk.

Workplace Pride is een not-for-profitorganisatie die werkgevers helpt hun LHBTIQ+-inclusie te verbeteren; op de eigen website staat "20 yrs Advancing Inclusion" (bron). Sinds 2014 voert ze jaarlijks de Workplace Pride Global Benchmark uit, een enquête waarmee internationaal actieve werkgevers hun beleid kunnen beoordelen en vergelijken (bron). Volgens de eigen website heeft ze meer dan 100 aangesloten organisaties die samen 7,7 miljoen medewerkers vertegenwoordigen (bron).

Wat het levert

  • Benchmark en endorsement — de werkgever beantwoordt een online vragenlijst met onderbouwend bewijs en krijgt een rapport met scores en aanbevelingen; topscorers komen in aanmerking voor een Global Benchmark Endorsement (bron).
  • Vergelijking — deelnemers kunnen hun prestaties vergelijken met die van andere organisaties per branche en regio (bron).
  • Learning & Development — een eigen leeraanbod; volgens de website hebben 5.000 deelnemers het afgerond (bron).
  • Netwerk — onder meer een International Conference en de Impact Awards (bron).

Wat het kost

Op de website staan drie lidmaatschapsniveaus: Foundation Member voor 7.000 euro, Foundation Partner voor 13.500 euro en Foundation Leader voor 22.500 euro (bron). Deelname aan de Global Benchmark is voor leden gratis; niet-leden betalen 3.000 euro exclusief btw (bron).

Bronnen

  1. Workplace Pride. workplacepride.org
  2. Workplace Pride Global Benchmark. workplacepride.org/what-we-do/global-benchmark

Dossier: Workplace Pride

Workplace Pride is een van de organisaties die werkgevers met een benchmark vergelijken op LHBTIQ+-inclusie.

Wat de cijfers tonen

De Britse Equality and Human Rights Commission (EHRC) maakte in mei 2021 bekend dat ze het lidmaatschap van het Stonewall-programma Diversity Champions niet had verlengd, omdat het volgens de commissie "did not constitute best value for money" (bron). Dat was drie jaar vóór de Cass Review van 2024.

Internationale context

De Cass Review (eindrapport april 2024, 388 pagina's) noemt de genderzorg voor jongeren in het voorwoord "an area of remarkably weak evidence", vertaald: een terrein met opmerkelijk zwak bewijs (bron). De systematische reviews van de University of York voor die review omvatten samen 103 studies, 50 over puberteitsremmers en 53 over hormonen (bron). De Engelse NICE-review van oktober 2020 beoordeelde alle uitkomsten van puberteitsremmers (9 studies) als zeer lage zekerheid (bron). Het Zweedse SBU vond in februari 2022 het bewijs onvoldoende om effecten van puberteitsremmers en cross-sex hormonen op genderdysforie en psychosociaal welzijn te beoordelen (bron). Het Finse COHERE stelde in juni 2020 dat psychosociale ondersteuning eerst lokaal moet worden geboden en dat puberteitsremming per geval na zorgvuldige afweging kan worden gestart (bron). Het Astrid Lindgren-kinderziekenhuis van Karolinska besloot in het voorjaar van 2021 hormonale behandeling bij jongeren onder de achttien alleen nog binnen een goedgekeurde onderzoeksstudie te starten (bron). De Tavistock-kliniek GIDS sloot eind maart 2024 (bron).

De Nederlandse minister schreef de Tweede Kamer op 4 juni 2024 over de Cass Review en over de onderzoeksopdracht aan de Gezondheidsraad (bron). Dat advies verscheen op 30 juni 2026. Daarin staat dat puberteitsremmers en hormonen in Engeland alleen nog in onderzoeksverband beschikbaar zijn en in Zweden in onderzoeksverband of in uitzonderlijke gevallen (bron), en dat de zorg voor jongeren in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Polen niet is ingeperkt maar juist steviger is vastgelegd in herziene richtlijnen (bron).