Yogyakarta-principes

Niet-bindende set van LHBTIQ-rechten uit 2006 en 2017.

De Yogyakarta-principes zijn in november 2006 opgesteld door een groep mensenrechtenexperts in Yogyakarta (Indonesië) en op 10 november 2017 aangevuld met de Yogyakarta+10-principes (bron). Ze zijn bedoeld als interpretatiehulp bij mensenrechtenverdragen en niet door staten in een verdrag aangenomen; de VN hebben ze nooit aangenomen (bron).

Wat ze zeggen

  • Yogyakarta+10, beginsel 31: wettelijke erkenning zonder verwijzing naar sekse of gender in identiteitsdocumenten (bron).
  • Yogyakarta+10, beginsel 32: niemand mag zonder toestemming invasieve of onomkeerbare medische ingrepen ondergaan om geslachtskenmerken te wijzigen, behalve om dringende en ernstige schade te voorkomen (bron).

Status

De principes noemen zichzelf een universele gids die bestaande bindende internationale standaarden bevestigt (bron); ze zijn zelf geen verdrag.

Bronnen

  1. Yogyakarta Principles website. yogyakartaprinciples.org
  2. Yogyakarta Principles (overzicht). wikipedia.org

Dossier: Yogyakarta-principes

De Nederlandse regenbooglijn is onderdeel van een internationale infrastructuur: EU, VN, Council of Europe, ILGA-Europe, IGLYO. Yogyakarta-principes (2006, 2017) leveren de conceptuele basis.

Wat de cijfers tonen

De FRA LGBTI Survey II van het EU-Grondrechtenagentschap telde 139.799 respondenten en verscheen op 14 mei 2020 (bron). De Yogyakarta-principes dateren van 2006, met een uitbreiding in 2017.

Patroon en kostenstructuur

De kosten van LHBTIQA+-politiek zijn zelden in één post zichtbaar. Ze zitten verspreid over taal-aanpassingen, onderwijsmateriaal, overheidssubsidies (OCW, BZK, SZW, VWS, gemeenten), bedrijfsverplichtingen (DEI-trainingen, certificeringen), juridische uitbreidingen (zelf-ID, haatzaai-uitbreiding, conversie-verbod) en symbolische uitgaven (vlaggen, zebrapaden, evenementen). Per dossier oogt elk bedrag bescheiden; de som is dat niet.

Internationale context

De Cass Review (eindrapport april 2024) noemt de zorg voor jongeren met genderdysforie "an area of remarkably weak evidence" en liet acht systematische reviews uitvoeren door de Universiteit van York (bron). Het Zweedse SBU (rapport 342, februari 2022) vond het bewijs onvoldoende om de effecten van puberteitsremmers en cross-sex hormonen op genderdysforie en psychosociaal welzijn te beoordelen (bron). De NICE-reviews van oktober 2020 beoordeelden alle resultaten over puberteitsremmers en cross-sex hormonen als zeer lage zekerheid (bron). Volgens de Cass Review noemt de Finse richtlijn van 2020 psychosociale zorg de eerste behandeling (bron). De Tavistock-kliniek GIDS sloot eind maart 2024 (bron). In Nederland schreef de minister op 4 juni 2024 dat conclusies van de Cass Review, waar relevant, worden meegenomen in de herziening van de kwaliteitsstandaard (bron).

Bevinding

De NHS stopte in maart 2024 met het routinematig voorschrijven van puberteitsremmers aan onder-18-jarigen (bron). Het Zweedse Socialstyrelsen stelde in december 2022 dat de risico's van puberteitsremmers en genderbevestigende behandeling op groepsniveau waarschijnlijk zwaarder wegen dan de voordelen en dat behandeling alleen in uitzonderlijke gevallen kan (bron). De Gezondheidsraad schreef op 30 juni 2026 dat de Nederlandse zorg zorgvuldig is ingericht en zag geen aanleiding die anders in te richten, al zijn de effecten op cognitie, vruchtbaarheid en de lange termijn nog onvoldoende onderzocht (bron).

Bronnen

  • Cass — Final Report 2024
  • Council of Europe — ECRI-rapporten en Yogyakarta-debat
  • EU — FRA LGBTI Survey II (2020) en EU LGBTIQ Equality Strategy 2020-2025